Een ei is misschien wel het meest onderschatte ingrediënt in de keuken. Het ligt standaard in onze koelkast, duikt op in talloze recepten en toch staan we er zelden bij stil hoeveel je er eigenlijk mee kunt doen. Een omelet of gekookt eitje kennen we natuurlijk allemaal, maar er is zoveel meer van te maken! Van crème brûlée tot croque madame en van ramen tot een goede cocktail gaat het ei ineens een stuk verder. Jacques Hermus besloot er daarom maar een heel boek aan te wijden. In Eibijbel laat hij met meer dan 200 recepten zien hoeveel culinaire kanten er aan zo’n ogenschijnlijk simpel eitje zitten.
[Dit is een gastreview van Yvette Koedam]

Eibijbel – Jacques Hermus
Het is zo’n ingrediënt dat je óf altijd in huis hebt, óf er precies achter komt dat het op is wanneer je het nodig hebt. Eieren zijn zo vanzelfsprekend in onze keuken aanwezig dat we nauwelijks stilstaan bij hoeveel verschillende gerechten ermee beginnen of eindigen. Jacques Hermus ziet dat duidelijk anders. Opgegroeid op een boerderij kent hij het ingrediënt van dichtbij en weet hij als geen ander hoeveel je met een ei kunt doen. En dus besloot hij zijn culinaire kennis met de wereld te delen in de nieuwste telg uit de Bijbelreeks: Eibijbel.
Hermus kijkt daarbij verder dan het gebruik van eieren in de Nederlandse keuken. Verschillende internationale gerechten krijgen daarom een plek in zijn Eibijbel, waardoor je ziet hoe andere eetculturen met eieren omgaan. Dat levert een leuke mix op van vertrouwde gerechten en recepten die wat minder voor de hand liggen. Zo staat een Groningse aaierbal hier zonder problemen naast Indonesische gado gado en een Japans soja-eitje. Het ene recept roept onmiddellijk herkenning op, het andere maakt vooral nieuwsgierig en nodigt uit tot experimenteren.
Een handig praktisch onderdeel van het boek is de aandacht voor wat je kunt doen met afzonderlijke delen van het ei. Want als een recept alleen eidooiers gebruikt, zit je natuurlijk nog steeds met die eiwitten. Jacques geeft daar vervolgens weer toepassingen voor, bijvoorbeeld in meringue of cocktails. Hetzelfde geldt voor overgebleven eidooiers. Die verdwijnen niet automatisch in de afvalbak, maar kunnen de basis vormen voor een huisgemaakte mayonaise of frisse lemon curd. Handig én een goede manier om wat bewuster met je ingrediënten om te gaan.


De ster of bescheiden rol
Met zoveel recepten zit er behoorlijk wat verschil in moeilijkheid en ambitie. Sommige bereidingen pak je er zonder veel nadenken bij, terwijl andere wat meer aandacht vragen. Dat maakt de Eibijbel wat mij betreft geschikt voor verschillende momenten. Je kunt er iets uit halen wanneer je gewoon een recept zoekt, maar ook wanneer je zin hebt om wat langer in de keuken te staan en een nieuwe techniek onder de knie te krijgen. En juist die afwisseling voorkomt dat Eibijbel aanvoelt als een naslagwerk waar je alleen af en toe een gekookt eitje uit haalt.
Wat ik prettig vind aan Eibijbel, is dat Jacques niet simpelweg eindeloos varieert op hetzelfde thema. Hij kijkt juist naar de verschillende technieken en toepassingen waarmee je een ei kunt bereiden of verwerken. Soms is het ei duidelijk aanwezig, maar op andere momenten vervult het een veel bescheidener rol. Het kan zorgen voor binding, structuur of luchtigheid, maar ook de basis vormen van bijvoorbeeld een saus. Een pluspunt als je het mij vraagt. Een kookboek hoeft wat mij betreft niet 200 recepten te bevatten die ik allemaal morgen wil maken. Als er genoeg tussen zit waar ik nieuwsgierig van word, heeft het zijn werk goed gedaan.
CONCLUSIE
Jacques heeft mij met zijn Eibijbel anders laten kijken naar een heel alledaags ingrediënt. Toen ik het boek in handen kreeg, was mijn eerste gedachte: ‘zijn er écht zoveel gerechten met ei?’ Ik had vooraf niet verwacht dat er zoveel te vertellen, koken en experimenteren valt met zo’n simpel ingrediënt. Maar Jacques weet met zijn brede verzameling recepten toch behoorlijk wat nieuwsgierigheid in mij los te maken.
Wat ik fijn vind, is dat de Eibijbel een goede balans vindt tussen alledaagse toepassingen en spectaculaire eiergerechten. De verschillende bereidingswijzen en internationale recepten maken het leuk om doorheen te bladeren en steeds weer iets nieuws uit te proberen. Met ruim 200 recepten raak je bovendien niet snel door de inspiratie heen en heb je een fijn naslagwerk om uit te putten.
Mijn grootste conclusie na het lezen van de Eibijbel? Dat ik waarschijnlijk vaker ga balen als ik ontdek dat de eieren op zijn. Want nu weet ik pas hoeveel mogelijkheden er in zo’n simpel doosje schuilgaan.


Pluspunten:
- Hermus weet van één alledaags ingrediënt een boek te maken dat allesbehalve eentonig wordt. Je ontdekt hoeveel verschillende technieken, bereidingen en toepassingen er rond het ei bestaan.
- Naast recepten die je makkelijk op een doordeweekse dag maakt, staan er ook gerechten tussen waarvoor je wat meer tijd en aandacht wilt nemen.
- De Eibijbel geeft inspiratie voor het gebruik van zowel eiwit als eidooier. Handig wanneer je na een recept met een restje ei blijft zitten.
Minpunten:
- Er wordt geen algehele bereidingstijd benoemd bij de recepten.
- Ruim 200 recepten klinkt aantrekkelijk, maar betekent ook dat je soms flink moet bladeren voordat je weet waar je zin in hebt.
- Het thema is natuurlijk vrij specifiek. Als je weinig met eieren kookt of ze vooral gebruikt voor de basisrecepten, is de kans kleiner dat je alle 200 recepten interessant vindt.
Nederlands | Druk: 1 | 9789048877744| maart 2026 | Hardcover | 496 pagina’s
Dit boek is beschikbaar gesteld door Carrera Culinair.
Klik op de link hieronder om het boek gelijk te kopen:
Volg ons ook via Facebook, Instagram of Pinterest.
MEER LEUKE BOEKEN:
Geef een reactie